Posts tonen met het label pappardelle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pappardelle. Alle posts tonen

vrijdag 29 april 2016

Pappardelle met prei, Parmaham en pangrattato

Dit recept met prei is heerlijk zacht van smaak, omdat de prei langzaam gestoofd is in wijn en bouillon onder een dakje van parmaham.
De pappardelle heb ik zelf gesneden van koelverse lasagnevellen.
De pangrattato, ook wel de ‘armeluis Parmezaan’ genoemd, is gemaakt van gemalen oud brood met gedroogde porcini (eekhoorntjesbrood) gebakken met rozemarijn en knoflook. Je strooit het bijvoorbeeld over pastagerechten of over soep, waar je normaal de dure Parmezaanse kaas zou gebruiken. Maar pangrattato kost veel minder dan gemalen kaas, maar het smaakt ook lekker over pasta mét Parmezaanse kaas, zoals in dit recept.


Ingrediënten voor 4 personen:
Pasta:
  • 3 à 4 preien, buitenste blad verwijderd
  • olijfolie
  • roomboter
  • 2 tenen knoflook, gepeld in dunne plakjes
  • paar takjes verse tijm
  • 1 glas witte wijn
  • zeezout
  • versgemalen peper
  • 500 ml kippen- of groentebouillon
  • 8 plakjes Parmaham
  • 500 gram koelverse pappardelle of lasagnevellen
  • bloem
  • geraspte Parmezaanse kaas 
  • 200 gram Parmaham
Pangrattato:
  • handje gedroogde porcini (eekhoorntjesbrood)
  • 2 oude ciabattabroodjes of ander oud brood
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 takje rozemarijn

Bereiding:

Snijd de preien in de lengte doormidden, spoel het zand eruit en snijd ze vervolgens diagonaal in halve ringen van 1 cm. Pel en snijd de knoflook in dunne plakjes. Verhit in een grote koekenpan een scheut olijfolie en een klont boter. Doe de prei, de plakjes knoflook en de tijmblaadjes in de pan. Goed roeren, zodat alle prei een boterlaagje krijgt. Schenk de wijn erbij, voeg zeezout en versgemalen peper toe en roer de bouillon erdoor. Dek vervolgens de prei helemaal af met de plakken parmaham, zodat er geen stoom meer kan ontsnappen. Leg het deksel op de pan en laat de prei en parmaham ca. 30 minuten zachtjes stoven. Neem de pan van het vuur wanneer de prei gaar is.



Pangrattato:
Hak de porcini en de ciabattabroodjes samen met een snufje zout en versgemalen peper in de keukenmachine tot het mengsel op broodkruim lijkt. Verhit een scheut olijfolie in een grote koekenpan. Doe de teentjes knoflook en de rozemarijn in de pan en bak deze ca. 1 minuut. Voeg vervolgens het broodkruim toe en laat dat goudbruin en krokant worden. Blijf de pan steeds schudden, laat het broodkruim niet vastbakken.
Broodkruim uitlekken op keukenpapier, verwijder wel de teentjes knoflook en de rozemarijn en laat de pangrattato afkoelen.





Breng ondertussen een pan water met zout aan de kook. Kook de pappardelle volgens de gebruiksaanwijzing beetgaar. Gebruik je lasagnevellen, spreid ze uit op een schoon werkblad en bestuif ze met wat bloem. Leg de vellen daarna weer op elkaar en snijd ze in repen van 0,5–1 cm breed. Kook de pappardelle tot ze al dente zijn, dit duurt ongeveer 2 minuten.
Neem de plakken parmaham uit de pan en snijd deze in kleine stukjes en roer ze weer door de prei. Breng de prei eventueel verder op smaak met wat zout, versgemalen zwarte peper, geraspte Parmezaanse kaas en een klontje roomboter.
Laat de pasta uitlekken, bewaar een beetje van het kookvocht en doe de pasta bij de prei. Voeg als het nodig is wat kookvocht toe als de saus te dik is.
Serveer de pappardelle met wat pangrattato, wat extra Parmezaanse kaas en wat blaadjes tijm. Geef de rest van de pangrattato er apart bij.

Eet smakelijk!

Bron: Thuis bij Jamie / Delicious, november 2007





maandag 12 oktober 2015

Pappardelle met gehakt en aubergine-paprikasaus

Weer een heerlijk pastagerecht. In dit recept heb ik gekozen voor pappardelle, maar je kan uiteraard ook een andere soort pasta gebruiken.
De saus is gemaakt van o.a. geroosterde aubergine en paprika.





































Ingrediënten voor 4 personen:
  • 300-350 gram pappardelle pasta
  • 1 ui, gesnipperd
  • 400 gram gehakt
  • 1 dl rode wijn 
  • klontje roomboter
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 75 gram rucola
  • geraspte Parmezaanse kaas
  • 2 aubergines
  • 1 rode paprika
  • 4 à 5 grote zongedroogde tomaten (of 10 kleine)
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 eetlepel tomatenpuree
  • 50 gram zwarte olijven zonder pit
  • ½ theelepel gerookte paprikapoeder
  • scheutje olijfolie
  • zeezout
  • gemalen zwarte peper
  • plastic zak

Voorbereiding aubergine-paprikasaus:
Verwarm de oven voor op 220º C. graden. Snij van twee aubergines de steeltjes af en steek ze rondom een aantal malen in met een scherp mes, leg ze in een ovenschaal en bak ze in ca. 40 minuten gaar. Rooster met behulp van een keukentang een paprika bovenop je grootste gaspit midden in de vlammen. Zodra de paprika zwart begint te worden aan de onderkant, draai je hem een kwartslag om met de keukentang. Herhaal dit totdat de hele paprika zwart geblakerd is. Zet het gas uit en stop de zwart geblakerde paprika in een plastic zak. Sluit de plastic zak goed af en laat de paprika in de zak een kwartiertje afkoelen. Daarna haal je 'm uit de zak en schraap je met een mes het velletje eraf. Snij de paprika in repen en verwijder de zaadjes en zaadlijsten.
Heb je geen gasfornuis rooster de paprika dan gedurende 40 minuten mee in de oven op 220º C en stop 'm daarna in een plastic zak. 
Haal de aubergines uit de oven en snij ze in de lengte doormidden. Schraap het vruchtvlees uit de aubergines en gooi het vel weg. Doe het vruchtvlees in de keukenmachine of blender. Voeg de geroosterde paprika, de zongedroogde tomaatjes, de knoflook, de tomatenpuree, de zwarte olijven, gerookte paprikapoeder, scheutje olijfolie en wat versgemalen peper en zeezout toe.
De saus is nu klaar.

Bereiding:
Pel en snipper de ui. Bak in een grote pan de gesnipperde ui in een klein beetje roomboter en olijfolie tot alles zacht is. Doe er vervolgens het gehakt bij. Bak het gehakt rul en doe de rode wijn erbij. Breng het gehakt op smaak met gemalen zwarte peper en zeezout. Laat het gehaktmengsel eventjes inkoken en doe vervolgens de aubergine-paprikasaus erbij en laat het geheel nog even zachtjes pruttelen. Giet eventueel nog wat water bij het mengsel als de massa te droog wordt.
Kook ondertussen de pappardelle volgens de aanwijzingen op de verpakking.

Eet smakelijk!



vrijdag 4 september 2015

Pappardelle met drie kleuren paprika en kippendijfilet

Van een collega kreeg ik onderstaand recept om uit te proberen en eventueel op mijn blog te delen met anderen.
Het recept was eigenlijk met gerookte zalm, maar aangezien mijn man en dochter geen zalm lusten, heb ik de zalm vervangen door kippendijfilet. Ik moet zeggen het was heerlijk, maar met gerookte zalm smaakt het waarschijnlijk nog net iets lekkerder. Voor de pasta heb ik pappardelle gebruikt, maar het is vast ook lekker met fettuccine of tagliatelle.


Ingrediënten voor 4 personen:
  • 300-350 gram pappardelle
  • 400 gram kippendijfilets
  • kipkruiden
  • 1 rode paprika
  • 1 gele paprika
  • 1 groene paprika
  • 1 prei
  • 3 bosuitjes
  • 1 bakje Philadelphia roomkaas met kruiden
  • olijfolie
  • versgemalen peper
  • zout
  • snufje chilipeper
  • oregano
  • 1 eetlepel maizena
  • scheutje melk
  • evt. wat kookvocht van de pasta
  • geraspte Parmezaanse kaas

Bereiding:
Snijd de kippendijfilet in blokjes en bestrooi met kipkruiden.
Snijd de paprika in blokjes en verwijder de stelen en zaadlijsten.
Snijd de prei en bosuitjes in dunne ringetjes.
Kook de pappardelle volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Verhit een scheutje olijfolie in een koekenpan en bak de blokjes kip rondom bruin. Voeg nu de paprika, de prei en de bosuitjes toe en laat enkele minuten meebakken. Meng ondertussen de maizena met de melk en roer goed door.
Schep de Philadelphia roomkaas bij de kip en de groenten en roer goed door. Voeg vervolgens het maizenapapje toe.
Giet de pappardelle af en vang wat van het kookvocht op. Doe de pappardelle terug in de pan en roer de saus er doorheen. Indien het geheel te droog is kun je nog wat kookvocht van de pasta toevoegen. Breng op smaak met versgemalen zwarte peper, een snufje chilipeper, zout en wat oregano.
Garneer met geraspte Parmezaanse kaas.

Eet smakelijk!

Bron: JJ Bokelaar (thuiskok)