donderdag 7 mei 2015

Nasi goreng met paksoi en gegrilde kipsaté met satésaus

Eerder op deze blog heb ik al eens een nasi goreng recept gedeeld met eigengemaakte pindasaus.
Dit keer een nasi goreng met paksoi en eigengemaakte kipsaté en pindasaus.
Paksoi is een koolsoort die oorspronkelijk uit China komt en niet echt een typische koolsmaak heeft
, eerder een wat zoet pittige smaak. De witte stengels zijn knapperig en de donkergroene bladeren zijn sappig. De stengels heb ik wat langer gebakken dan de bladeren.
De basmatirijst heb ik van te voren gekookt en af laten koelen, de rijst moet nl. koud zijn als je hem mee gaat bakken, anders wordt de nasi plakkerig.
Voor de kipsaté heb ik kippendijfilets gebruikt. Kippendijfilets zijn qua smaak lekkerder dan kipfilet. Daarnaast zijn ze ook nog eens malser en goedkoper dan kipfilet.  De kippendijfilets heb ik eerst een nacht laten marineren in de koelkast, zodat de smaak goed ingetrokken was.

Ingrediënten voor 4 personen:
Nasi:
  • 600 gram gare koude (basmati)rijst
  • scheutje plantaardige (wok)olie
  • 1 grote rode ui, in halve ringen
  • 1 theelepel kurkuma (geelwortelpoeder)
  • 1½ theelepel djintan (komijnpoeder)
  • 1½ theelepel ketoembar (korianderpoeder)
  • klein blokje trassi (garnalenpasta), verkruimeld
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 2 theelepels sambal
  • 1 gele of rode paprika, in kleine stukjes
  • 1 prei, in dunne ringen
  • 1 paksoi, in reepjes (stelen en blad apart)
  • ketjap manis
  • paar takjes bladselderij, fijngehakt
  • 4 eieren, los geklopt 
  • zout en peper
Kipsaté:
  • 600 gram kippendijfilets, in blokjes
  • 2 eetlepels plantaardige (wok)olie
  • 2 eetlepels ketjap manis
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 1 eetlepel citroensap
  • 1 eetlepel sesamolie
  • 1 theelepel zout
  • 2 theelepels djahé (gemberpoeder)
  • 2 theelepels djintan (komijnpoeder)
  • 1 theelepel ketoembar (korianderpoeder)
  • 2 theelepels sambal
  • satéstokjes
Satésaus:
  • 1 sjalotje
  • 1 teentje knoflook
  • 1 theelepel serehpoeder (citroengras)
  • 200 ml melk
  • 3 eetlepels pindakaas
  • ketjap
  • 2 theelepels sambal
  • 2 eetlepels donkerbruine basterdsuiker

Voorbereiding:
Nasi:
Kook de rijst een dag van te voren.
Kipsaté:
Een dag van tevoren beginnen we ook met het marineren van de kipsaté. 
Snijd de kippendijfilets in blokjes van circa 3x3 centimeter. Pel en hak de knoflook fijn. Meng alle ingrediënten voor de marinade goed door elkaar. Rijg het kippenvlees aan de satéstokjes. Smeer de kipsaté aan beide zijden in met de marinade en laat minimaal 12 uur in de koelkast marineren, draai hierbij de stokjes af en toe om. Als je het makkelijker vindt, kun je de kip ook later pas aan de stokjes rijgen.
Bereiding:
Nasi:
Verhit wat (wok)olie in een grote koekenpan en fruit de ui samen met de kurkuma, djintan, de ketoembar en de trassi. Voeg de knoflook en de sambal toe en fruit kort mee. 
Voeg vervolgens de prei, de paprika en de in reepjes gesneden stelen van de paksoi toe. Bak alles ca. 5 à 6 minuten tot de groente zacht begint te worden. Voeg de koude rijst en de in reepjes gesneden bladeren van de paksoi toe en bak nog eens 4 minuten mee tot het geheel goed warm is. 
Bak een omelet van de los geklopte eieren. Rol op en snijd in reepjes en vermeng door de nasi. Voeg als laatste de selderijblaadjes toe.
Kipsaté:
Verhit een grillpan en rooster de kipsaté in ca. 10 minuten goudbruin en gaar. Draai de kipsaté regelmatig om, zodat beide zijden egaal bruin kleuren . 
Satésaus:
Pel en snipper het sjalotje. Pel en hak de knoflook fijn. Verhit wat olie in een steelpan en fruit het sjalotje samen met de serehpoeder en de knoflook ca. 2 minuten. Voeg vervolgens de melk, de ketjap, de sambal en de pindakaas toe en roer met een garde tot een gladde saus is ontstaan. Voeg als laatste de bruine basterdsuiker toe. Blijf roeren tot de suiker opgelost is. Zodra de saus begint te koken de steelpan van het vuur halen.
Eet smakelijk!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen